-
Home > Inspecties > ATEX richtlijn
ATEX richtlijn
In ondernemingen waar brandbare substanties worden gebruikt, kan een explosiegevaar ontstaan.
Het betreft hier o.a. installaties in de petrochemie, veevoederfabrieken, weverijen, maar ook gierkelders op boerderijen, opslagruimtes van verf-, olie- en smeermiddelen en van vuurwerk en andere explosieve stoffen, gemeentelijke KGA-depots, etc.
De werkgever dient, om de gezondheid en veiligheid van zijn werknemers op de werkplek te verzekeren, het ontstaan van een explosie te voorkomen. 
Van cruciaal belang is om aan te tonen of de werkplekken geen gevaar lopen met betrekking tot explosiegevaar. Er dient een risicoanalyse te worden gemaakt in de vorm van een explosieveiligheidsdocument.
In juni 2003 zijn de richtlijnen ATEX 95 – Apparaten en beveiligingssystemen en ATEX 137 van kracht geworden in verband met gas- en stofontploffingsgevaar.
Voor de richtlijn ATEX 137 gold een overgangstermijn van drie jaar.
Op 1 juli 2006 verstreek deze overgangstermijn en nu moeten alle arbeidsplaatsen, inclusief de reeds bestaande, in Nederland aan de minimumeisen van de ATEX 137 richtlijn te voldoen
ATEX137 geeft in hoofdlijnen aan hoe om te gaan met gas- en stof ontploffingsgevaarlijke ruimtes. De richtlijn geeft minimale voorschriften weer waar arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen aan moeten voldoen, opdat werknemers in een veilige omgeving kunnen werken.
ATEX 95 bevat verplichtingen voor apparaten en beveiligingssystemen die bedoeld zijn voor het gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.
Deze richtlijn heeft uitsluitend betrekking op het ontwerp en de productie van uitrustingen en is uitsluitend op fabrikanten gericht.



